‘Japanse arbeidsmarkt minder nijpend dan gedacht’

De arbeidsmarkt in Japan is krap. Het werkloosheidspercentage bedroeg in januari 3%, het laagste niveau sinds december 1994. Toch komt Govinda Finn, econoom bij Standard Life Investments, tot de conclusie dat het tekort op de arbeidsmarkt minder nijpend is dan uit de maandelijkse werkgelegenheidscijfers blijkt.

De Japanse output gap, het verschil tussen het werkelijke productieniveau en het potentiële niveau op grond van de beschikbare productiefactoren, zoals kapitaal en arbeid, ligt onder het gemiddelde. Sterker nog, hij is voor het zesde achtereenvolgende kwartaal sinds Q1 2015 negatief.

Door de snel vergrijzende bevolking werd aangenomen dat de arbeidsparticipatie een sterk dalende trend zou vertonen. Maar uit recente gegevens blijkt dat deze aanname te pessimistisch was. De participatie onder oudere werknemers en vrouwen stijgt snel. Ook is er een structurele stijging in het aantal parttime arbeiders. Dit werpt een ander licht op de benutting van het arbeidspotentieel en het arbeidsaanbod. Als Finn de gegevens over arbeidsparticipatie combineert met data over werkgelegenheid en aantal gewerkte uren, dan ontstaat er een completer beeld over de reservecapaciteit op de arbeidsmarkt.

Loonstijging blijft zwak – inflatiedoelstelling moeilijk haalbaar

Zo gezien is het geen verrassing dat de loonontwikkeling zwak blijft. De verwachting is dat de loongroei gemiddeld 2% zal bedragen, fractioneel lager dan de 2,19% in 2016. Het zou het derde jaar op rij zijn met een zwakke loonontwikkeling. De Bank of Japan ziet een loonstijging van 3% als optimaal. De overheid hoopt dat een aantrekkende inflatie in 2017 de omstandigheden schept voor een sterke loonstijging in 2018. Maar of de 2% inflatiedoelstelling van Kuroda binnen twee jaar gehaald gaat worden, is zeer de vraag.