Bert Colijn (ING): Waarom 2% inflatie niks uitmaakt

Inflatie in de Eurozone is tot boven het target van de ECB gestegen. Toch is het zeer onwaarschijnlijk dat Mario Draghi komende week zelfs maar hint naar een verhoging van de rente of het einde van QE. Dat stelt Bert Colijn, senior econoom bij ING.

Waar we ons vorig jaar nog druk maakten om deflatie in de Eurozone, is de discussie rond de prijsontwikkeling in de Eurozone in een aantal maanden scherp gedraaid. De economie presteert sterk ondanks politieke onzekerheid en met inflatie van 2% in februari is er zelfs een aantal experts die vinden dat de ECB al achter de feiten aan loopt. Ze vinden dat de ECB te laat is met het monetair verkrappen.

Het lijkt echter wel te vroeg om al aan verkrappen te beginnen voor de ECB. De hogere inflatie komt voornamelijk door een stijging in de energieprijzen. De kerninflatie, waar de volatiele voedsel- en energieprijzen niet in meegerekend worden, staat nog steeds onder de 1%. De laatste keer dat de kerninflatie op 2% stond was alweer in februari 2008, precies negen jaar geleden.

Tijdelijk

De aantrekkende inflatie is dus van tijdelijke aard. De verhoging in de brandstofprijzen vond voornamelijk in de laatste maanden plaats en inmiddels is de prijs van de benzine al weer een aantal weken stabiel. Toch werkt dit nog een aantal maanden in de inflatiecijfers door, omdat het een jaar-op-jaar gemeten indicator is. De hogere brandstofprijzen lopen langzaam uit het groeicijfer en dat zorgt in het tweede kwartaal van 2017 voor een daling in de inflatie. De ECB heeft hierom al aangegeven voornamelijk op de kerninflatie te letten en daar zijn nog geen tekenen van herstel te zien. De werkloosheid in de Eurozone is met 9,6% in januari nog steeds hoog. Dit houdt de druk op de loongroei laag. Bedrijven gaven deze week in de economische sentiment indicator wel aan dat er meer prijsverhogingen aankomen. Wij verwachten dat dit later in het jaar de kerninflatie wat zal doen laten oplopen, maar niet tot boven de 1,5%.

Ondanks dit alles, neemt de druk op de ECB in met name Nederland en Duitsland toe. Niet gek ook, aangezien de aversie tegen QE al sinds het begin van het programma heerst en het economisch voorspoedig gaat in de noordelijke Eurolanden. Zorgen over lokale oververhitting op de huizenmarkt dragen daaraan bij. Toch lijkt de ECB geenszins geneigd om het opkoopprogramma vervroegd te beëindigen. Sterker nog, wij verwachten dat de eerstvolgende stap van de ECB een verdere verlenging van het opkoopprogramma zal zijn, ware het wel voor een lager bedrag per maand om het programma zo in 2018 af te bouwen.

Zo is de inflatie dus terug op het streefniveau van de ECB, maar kan de taart in de ijskast blijven in Frankfurt. De ECB blijft dus hoogstwaarschijnlijk obligaties opkopen tot in 2018. Ook zal de rente nog wel een lange tijd gelijk blijven. Zelfs het hoofd van de Bundesbank, Jens Weidmann, gaf recentelijk aan dat een renteverhoging in 2019 tot de mogelijkheden behoort. Als zelfs hij als criticus van QE niet over een rentestap in 2018 begint, geeft dat aan dat een ommekeer in het rentebeleid van de ECB nog niet nabij is. Het zal dus even doorbijten blijven voor de tegenstanders van het ruime monetaire beleid van Mario Draghi.

Reacties zijn gesloten.