Waarom Smart Benchmarking zo in opkomst is

Zoals de auto-industrie een ontwikkeling kende van T-Ford tot zelfrijdende auto’s, zo heeft er de afgelopen eeuw ook op het gebied van financiële indexering een ontwikkeling naar steeds meer innovatieve producten plaatsgevonden.

Passief beleggen wordt steeds populairder. Volgens Morningstar vertegenwoordigen indexvolgende aandelenfondsen en exchange-traded funds (ETF’s) nu 40 procent van de fondsenmarkt in Azië, 38 procent in de VS en 23 procent in Europa. Dit is een verdubbeling ten opzichte van een decennium geleden.

Smart

Maar er is één segment van passief beleggen dat wel heel snel groeit, namelijk Smart Indexing, ook wel Smart Bèta genoemd. Deze term heeft betrekking op indices die afzien van het gebruik van de standaardmethode van het wegen van bestanddelen op basis van hun marktwaarde. In plaats daarvan maakt smart bèta gebruik van alternatieve wegingsmethoden om potentiële risico’s en rendementen te produceren, met behoud van de transparantie en de kostenvoordelen van traditionele indexering.

In een recente enquête onder 260 vermogensbeheerders wereldwijd (FTSE Russell: Smart beta 2016 global survey findings from asset managers) heeft indexaanbieder FTSE Russell verklaard dat bijna drie op de vier respondenten zegt ofwel al gebruik te maken van slimme bèta ofwel dat te overwegen, waar dat een half jaar geleden nog de helft was.

Uit de eigen enquête in 2016 onder Europese beleggers van Invesco blijkt dat vermogensbeheerders die al gebruikmaken van smart bèta hun allocaties aan deze strategieën de komende drie jaar waarschijnlijk zullen verdubbelen, tot een niveau van 20 procent van de gemiddelde portefeuille. Invesco denkt dat er een specifieke reden is waarom slimme indexering zo in opkomst is. Slimme indexering is een vorm van technologische vooruitgang, die parallellen heeft met andere sectoren van de economie.

Hoewel het gebruik van indices in financiële markten de afgelopen jaren sterk is gestegen, is indexering op zichzelf een relatief oud verschijnsel. Charles Dow’s Industrial Average stamt uit 1896, toen deze index werd gecreëerd om de temperatuur van de Amerikaanse aandelenmarkt te peilen. De FT-30-index van de Financial Times, het Britse equivalent van de Dow, dateert uit 1935.

Hoewel de Dow nog steeds een populaire graadmeter voor Amerikaanse aandelen is, geloven wij dat deze twee indices, als gevolg van de wijze waarop ze zijn samengesteld, maar een beperkt praktisch nut heeft voor beleggers. De Dow weegt bestanddelen op basis van hun koers in plaats van op basis van hun waarde, terwijl de FR-30 gebruikmaakt van geometrische in plaats van aritmetische gemiddelden voor het berekenen van de dagelijkse veranderingen van de index.

Indices die gebruikmaken van weging op basis van marktwaarde (= kapitalisatie), het populairste type aandelenindex, namen in de jaren zeventig een hoge vlucht. Nog steeds gebruiken de populairste indexfondsen en ETF’s kapitalisatiegewogen indices als de S&P 500, de FTSE All Share of de MSCI World als benchmark. Dit type index kan diverse voordelen hebben: ze zijn eenvoudig te begrijpen, er zijn geen hoge kosten mee gemoeid, ze bieden een hoge capaciteit en ze zijn relatief gemakkelijk te volgen.

Weging

Belangrijker nog is dat kapitalisatiegewogen indices, toen ze populair werden, overstemden met de financiële theorieën van die tijd. De efficiënte-markthypothese en het Capital Assets Pricing Model (CAPM), beide in de jaren zestig ontwikkeld door de academische wereld, stellen dat beleggers, om optimale resultaten te genereren, een combinatie van risicovrije activa en een portefeuille met op basis van waarde gewogen activa moeten aanhouden.

Maar sinds de jaren tachtig neemt de belangstelling voor systematische, indexgebaseerde beleggingsstrategieën die niet meer uitgaan van de standaardmethode van het wegen van bestanddelen op basis van hun waarde gestaag toe. Waarom? Omdat beleggers en academici zich bewust werden van een aantal raadselachtige anomalieën die inconsistent waren met de efficiënte-markthypothese en het CAPM.

Een centrale veronderstelling van het CAPM is bijvoorbeeld dat het rendement evenredig is aan het risico, uitgedrukt als de volatiliteit van koersen. Daarom zouden aandelen met een hogere volatiliteit over de lange termijn hogere rendementen moeten produceren dan minder volatiele aandelen. Maar in veel markten en over lange perioden hebben we het tegendeel gezien.

Andere anomalieën in de aandelenmarkten zijn de tendens dat aandelen met een lage waarde beter presteren dan die met een hoge waarde, dat aandelen van kleinere ondernemingen beter presteren dan die van grote ondernemingen en dat aandelen met een hoog dividend betere rendementen genereren dan die met een laag dividend.

Enkele van de meest succesvolle mondiale beleggers hebben lange tijd gebruikgemaakt van strategieën om te profiteren van deze anomalieën, bijvoorbeeld door te focussen op zogeheten aandelen-“factoren” zoals waarde, lage volatiliteit of dividend. De gemiddelde belegger had echter alleen toegang tot deze strategieën via relatief dure, actief beheerde fondsen of hedgefondsen.

Slimme indexering is opgekomen als gevolg van de democratisering van de toegang – transparant en tegen veel lagere kosten – tot deze systematische strategieën. Diverse studies die aantonen dat een groot deel van de rendementen van traditionele actief beheerde fondsen afkomstig is uit blootstellingen aan factoren, hebben de verschuiving naar slimme indexering alleen maar helpen versnellen, zo blijkt uit diverse enquêtes.

De enorme toename van de rekenkracht van computers heeft het onderzoeken en testen van kwantitatieve beleggingsmodellen veel gemakkelijker gemaakt dan voorheen, wat de innovatie op het gebied van indices een forse impuls heeft gegeven. Slimme indexering neemt ook een deel van de zorgen weg van mensen die vinden dat de markt te veel naar passief beleggen verschuift. Een verscheidenheid aan indexeringsbenaderingen zal mogelijke capaciteitsbeperkingen helpen mitigeren.

In de auto-industrie zijn we op weg naar een toekomst met een intelligenter gebruik van wegennetten, een lager brandstofverbruik en een hogere productiviteit. Ook de technologie van passief fondsbeheer is veranderd, en smart indexing is één van de nieuwste ontwikkelingen.

Bron: Invesco

Reacties zijn gesloten.