Macro Weekly – Het kan nog alle kanten op

  • Vertrouwensindices VS in februari duiden op iets bijzonders
  • Industriesector blijft zwak, al gaat het in Europa en Japan iets beter
  • Samenloop van omstandigheden zorgt voor groei-impuls
  • Onzekerheden zijn groot: de economie kan nog alle kanten op

Macro-Weekly-20-februari-2017.pdf (141 KB)


Download

Veel indices die het vertrouwen in de wereldeconomie meten, stijgen al maanden, maar met de ‘hardere cijfers’ over de feitelijke economische bedrijvigheid wil het maar niet vlotten. Dat kan uiteraard niet eindeloos zo doorgaan, er moet iets veranderen. Ofwel het vertrouwen neemt af, of de bedrijvigheid trekt toe (of een beetje van beide natuurlijk). Ik zet mijn geld op de tweede mogelijkheid: de hardere cijfers zullen de komende maanden aanzienlijk beter worden.

Er is iets bijzonders aan de hand

In de laatste paar maanden was dit patroon al zichtbaar in de Amerikaanse cijfers, maar de afgelopen dagen werd het nog duidelijker. Hoewel de arbeidsmarkt geleidelijk krapper is geworden en de woningmarkt sterk blijft, is de groei van de industriële productie nog steeds zwak, ook al neemt het ondernemersvertrouwen toe.

Grafiek1

 

De Philly Fed-index, die het vertrouwen onder ondernemers in het district van de Philadelphia Fed meet, is omhooggeschoten van 23,6 in januari naar 43,3 in februari, de hoogste stand in ruim veertig jaar. Dit is zonder meer spectaculair. Nu is dit maar één index die misschien een vertekend beeld geeft en in maart weer even hard daalt, maar het blijft opmerkelijk. Het wijst erop dat er iets bijzonders aan de hand is.

De tegenhanger voor de New York Fed, de Empire State-index, is gestegen van 6,5 in januari naar 18,7 in februari. Minder spectaculair dan de Philly Fed, maar nog altijd fors. Als deze indices op een bijzondere ontwikkeling wijzen, wat is dat dan, waar wordt het door veroorzaakt en is het blijvend?

Niets bijzonders bij de industriële productie (tot nu toe)

Als deze vertrouwensindices ergens op wijzen, dan is het op een flinke groeispurt. Die zou met name in de industrie te zien moeten zijn, want dat is de meest conjunctuurgevoelige sector van de economie. Maar dat lijkt niet het geval. Met een daling van 0,3% m-o-m en een vrijwel onveranderd j-o-j-cijfer was de industriële productie in de VS in januari zwak. De verwerkende industrie presteerde iets beter, maar niet veel.

Elders in de wereld zien de cijfers voor de industriële productie er iets beter uit. In de eurozone daalde die in december weliswaar met 1,6% m-o-m (al kan dat deels het gevolg zijn van statistische effecten), maar j-o-j blijft het cijfer duidelijk positief: 2,0% (was 3,2% in november). In Japan vertoont de groei van de industriële productie ongeveer hetzelfde beeld: niet opzienbarend, maar ook geen drama. In beide economieën deed de industriesector het de afgelopen maanden duidelijk beter, in lijn met de vertrouwensindicatoren. En zoals ik al vaak heb gezegd: ook de transportcijfers passen in dit beeld.

Grafiek2

In de eurozone was het de afgelopen dagen rustig aan het cijferfront, maar de autoverkopen in januari waren goed. De groei versnelde naar 11,0% j-o-j, al moeten we daarbij wel aantekenen dat fiscale veranderingen in het begin van het jaar voor schommelingen in dit cijfer kunnen zorgen.

Daalt het vertrouwen weer of worden de harde cijfers beter? Het laatste lijkt me het waarschijnlijkst: de tekenen van een groeiend vertrouwen zijn overduidelijk en manifesteren zich over een breed front. Ik zie bovendien meerdere factoren die de groei stimuleren.

Als de groei inderdaad aantrekt, hoe komt dat dan?

Veel commentatoren schrijven de sterke groei van het ondernemersvertrouwen aan de nieuwe Amerikaanse president toe. Hij speelt misschien een rol, maar wie alleen naar Trump kijkt, mist het grotere geheel. De vertrouwensindices stegen al vóór de presidentsverkiezingen. Volgens mij is de huidige situatie tegengesteld aan wat er tussen medio 2014 en medio 2016 gebeurde. Toen zette een aantal factoren een rem op de economische groei. Sommige daarvan hingen weliswaar met elkaar samen, maar toch was het grotendeels toeval. Denk aan korte fluctuaties in de Chinese conjunctuur als gevolg van beleidsinterventies, de instortende investeringen in de oliesector vanwege de aanhoudende daling van de olieprijzen sinds medio 2014, de voorraadcyclus, het proces van schuldafbouw, de aanhoudende bezuinigingen in veel landen, enz.

Volgens mij zien we op dit moment een gelijktijdige omslag bij vrijwel al die factoren. De pogingen van de Chinese beleidsmakers om de groei op peil te houden, lijken vruchten af te werpen. Het herstel van de olieprijzen heeft de investeringen in de sector aangewakkerd. De voorraadcyclus is de weg omhoog weer ingeslagen, net als de wereldwijde IT-cyclus. De schuldreductie is in sommige gevallen voltooid en in andere goed op weg. Er wordt minder bezuinigd en zelfs alweer gestimuleerd. In de belangrijkste economieën is de beschikbaarheid van krediet in de afgelopen kwartalen drastisch verbeterd en zijn de kredietkosten nog altijd erg laag.

De winsten gaan wereldwijd omhoog. Voor het eerst in jaren stellen analisten hun winstprognoses voor bedrijven uit de eurozone naar boven bij. In de VS zijn de bedrijfswinsten (als onderdeel van het nationaal inkomen), na vier opeenvolgende kwartalen te zijn gedaald, in de loop van vorig jaar weer gaan stijgen. De winsten gaan meestal voor de investeringen uit, dus een groei van de investeringen ligt in het verschiet. Dat blijkt ook uit enquêtes naar investeringsplannen. Meer investeringen zijn niet alleen goed voor de economische groei, maar ook voor de productiviteit, waardoor de economie iets harder kan groeien zonder dat er meteen inflatie ontstaat.

Grote delen van de rest van de wereld lijken dezelfde kant op te gaan, waardoor de groei overal min of meer tegelijkertijd aantrekt. Dat maakt de kans groter dat de groei dit keer duurzaam blijkt. Wat daar ook toe bijdraagt, is het feit dat de economie weinig knelpunten kent die deze gunstige ontwikkeling kunnen stuiten. Beleidsmakers zouden nog roet in het eten kunnen gooien, want verkeerde beslissingen kunnen het herstel in de kiem smoren en de economie remmen. Maar dat lijkt ook niet waarschijnlijk.

Waar we uiteraard wel rekening mee moeten houden, is de grote onzekerheid overal, zoals het onvoorspelbare beleid van president Trump, Brexit, het risico dat de EU uiteenvalt, de verkiezingen in diverse Europese landen enz. Als de onaangename verrassingen significant zijn, is het gedaan met mijn optimisme en wordt een veel ongunstiger scenario denkbaar. Het kan, en dat is ongebruikelijk, met de economie dus nog alle kanten op, maar voorlopig blijf ik optimistisch.

Grafiek3

Het bericht Macro Weekly – Het kan nog alle kanten op verscheen eerst op Insights.

Reacties zijn gesloten.