Inhaalrace

De economie van de eurozone krabbelt geleidelijk op uit de recessie en vooral de Zuid-Europese landen zijn bezig de structuur van hun economieën te versterken. De OESO heeft eerder dit jaar een lange-termijn scenario geschetst over hoe de economische groei zich de komende decennia zou kunnen gaan ontwikkelen als landen hun economieën verder structureel zouden versterken en de overheidsfinanciën goed op orde zouden krijgen.

Voor het eurogebied komt uit deze analyse naar voren dat o.a. de Zuid-Europese landen de potentie hebben om structureel harder te groeien dan gemiddeld in de eurozone. Juist landen die economisch het verst achterlopen kunnen potentieel de meeste winst behalen uit het doorvoeren structuurversterkende maatregelen (een inhaaleffect). Een groei die dan op een meer houdbare leest zal zijn geschoeid dan voor het uitbreken van de eurocrisis omdat deze dan niet wordt gedreven door een te lage rente en overmatige kredietverlening.

De economieën van Italië, Spanje, Griekenland en Portugal zouden volgens de analyse van de OESO op een termijn van zeg 10-15 jaar met gemiddeld 2¼-2¾% per jaar kunnen groeien terwijl voor Duitsland een gemiddelde groei van 1½% wordt voorzien. Dit groeiverschil is het gevolg van een verschillende demografische ontwikkeling en het hierboven genoemde inhaaleffect.

Voor wie zaken doet binnen Europa en vertrouwen heeft in de euro biedt dit stof tot nadenken. Op termijn zouden Nederlandse exporteurs wel eens weer meer hun vizier moeten gaan richten op de landen in Zuid-Europa en wat minder op de traditionele exportbestemming dichtbij huis.