ING IM: Geen vet op de botten

De werkloosheid in Nederland is het afgelopen jaar fors opgelopen. Inmiddels is 8,6% van de beroepsbevolking werkloos tegen 6,5% 12 maanden eerder. Aan het begin van de crisis in 2009 liep het aantal werklozen nog beperkt op. Bang om na de crisis weer geschikt personeel te vinden (en omdat de financiën het toelieten), hamsterden bedrijven arbeidskrachten. Dat veranderde toen de recessie aanhield en het vet van de botten verdween. Het ligt voor de hand de hoge werkloosheid toe te schrijven aan de afgenomen behoefte van bedrijven aan arbeid. De vacaturegraad ligt momenteel op het laagste niveau in 20 jaar.

De Beveridge-curve toont het (negatieve) verband tussen vacatures en werkloosheid. Economisch herstel leidt tot een beweging langs de curve naar linksboven (meer vacatures, minder werklozen, zoals in 2004-2008). Een conjuncturele neergang betekent een beweging terug naar rechtsonder, zoals in 2009-2012. Wat recent heeft plaatsgevonden, lijkt echter meer op een verschuiving van de gehele curve, en wel naar rechts. Bij eenzelfde vacaturegraad is de werkloosheid nu hoger. Dit duidt erop dat niet alleen de vraag van bedrijven naar arbeid is afgenomen, maar dat de afgelopen kwartalen de ‘match’ tussen vraag en aanbod is verslechterd.

Hiervoor zijn verschillende oorzaken denkbaar. Zo is het aantal langdurig werklozen toegenomen. Ontmoediging kan hier leiden tot een verminderde zoekintensiteit. Verder belemmeren de dalende huizenprijzen de arbeidsmobiliteit. Huishoudens met een (potentiële) restschuld zitten mogelijk ‘vast’ in hun woning en kunnen niet verhuizen voor een baan. Ook is de arbeidsmarktparticipatie toegenomen, hetgeen meer arbeidsaanbod betekent. Een verschuiving van de curve hoeft overigens helemaal niet structureel te zijn. Hulp voor langdurig werklozen en herstel van de huizenprijzen kan de arbeidsmarktefficiëntie al goed doen.

Door: Dimitry Fleming, ING IM

Reacties zijn gesloten.