Mijnbouw Zuid-Afrika goed voor 50% van de export

De mijnbouw industrie is een belangrijke stuurman van de Zuid-Afrikaanse economie. Echter deze staat voor een groot aantal uitdagingen op het gebied van ESG. Toch ziet Nina Hodzic, ESG specialist bij ING IM, dat de sector zich, een jaar na de mijnramp die 44 levens eiste, sterk richt op continue verbetering van de gezondheids- en veiligheidsnormen en het bevorderen van de lokale ontwikkeling.

De jaarlijkse UNPRI (United Nations Principles of Responsible Investment) vergadering, waarbij 450 afgevaardigden en sprekers aanwezig waren, werd begin deze maand weer gehouden in Kaapstad. Nina Hodzic, ESG-specialist bij ING Investment Management International (ING IM), heeft deelgenomen aan deze conferentie. Tijdens haar verblijf maakte ze van de gelegenheid gebruik om de Lonmin-mijn te bezoeken en uit de eerste hand inzicht te krijgen in de Zuid-Afrikaanse mijnbouwindustrie en haar aandacht voor ESG (Environmental, Social and Governance).

Hoewel de mijnbouwsector nog geen 9% van het bbp (bruto binnenlands product) van Zuid-Afrika uitmaakt, is de mijnbouw wel goed voor circa 50% van de exportinkomsten van het land. Daarnaast heeft de sector meer dan een miljoen directe en indirecte banen gecreëerd. In een land waar de jeugdwerkloosheid nog altijd boven de 50% ligt, maakt dit de mijnbouwindustrie tot een belangrijke sector voor de economie.

Tegelijkertijd is de mijnbouwindustrie een sector die veel mensen associëren met een waslijst aan ESG-kwesties. De mijnbouw kampt met talloze milieu- en maatschappelijke vraagstukken, zoals ernstige milieuschade, veiligheids- en gezondheidskwesties, omkoping en schending van lokale gemeenschappen en mensenrechten. Om er maar een paar te noemen. Een tragisch voorbeeld hiervan is de onrust rond de mijn Marikana van het bedrijf Lonmin in augustus 2012, waarbij 44 mensen om het leven kwamen.

Nina Hodzic: “Er zijn structurele problemen geweest met verschillende Zuid-Afrikaanse mijnen en ik wilde met mijn eigen ogen zien welke vooruitgang de mijnbouw heeft geboekt om deze kwesties aan te pakken. Tijdens de afdaling in de mijn van 500 meter, had ik de kans om verschillende mijnwerkzaamheden te observeren en om met de mijnwerkers en de directie van Lonmin te spreken.”

“Het deed me goed om te zien hoe deskundig en gedreven de directie is op mijnbouwgebied. Ook hebben de directieleden tijdens hun loopbaan zelf in de mijnen gewerkt. Personeelsopleiding, maatschappelijke investeringen, zoals betaalbare huisvesting en onderwijs, zijn belangrijk voor het mijnbouwbedrijf Lonmin. Veiligheid is van het hoogste belang voor het bedrijf. Tijdens het bezoek aan de mijn kwam dit heel duidelijk naar voren. Overal hingen posters en andere voorlichtingsmaterialen om de medewerkers eraan te herinneren hoe belangrijk het is de veiligheidsvoorschriften in acht te nemen. Lonmin heeft verschillende prijzen ontvangen voor de prestaties op veiligheidsgebied.”

Hodzic vervolgt: “Het interessante was dat ik met mensen in Johannesburg heb gesproken die zich nogal kritisch uitlieten over de overheid, maar eigenlijk heel positief stonden tegenover de mijnbouwbedrijven. Deze bedrijven zorgen namelijk voor werkgelegenheid en investeren in lokale gemeenschappen, waardoor ze de rol van de overheid in feite overnemen. Eén persoon zei zelfs dat de overheid geregeld de eer opeist voor hetgeen mijnbouwbedrijven hebben gedaan voor de gemeenschap.”

“De mijnbouwindustrie kampt met talloze problemen. Maar ik ben positief over de inzet die de sector toont om een inhaalslag te maken, de gemeenschap te ontwikkelen en de milieu- en maatschappelijke praktijken te verbeteren. Gezien het belang van de mijnbouw voor de economie van Zuid-Afrika is meer samenwerking nodig tussen de overheid, gemeenten, bedrijven, vakbonden en lokale gemeenschappen.”

Bron: ING IM

Reacties zijn gesloten.