Interview Evert Oosterhuis: Opheffen provisieverbod is stomme maatregel

Het aanstaande provisieverbod voor beleggingsfondsen zal niet het beoogde effect hebben waar toezichthouders en de politiek op hopen. De markt wordt er niet transparanter door en bovendien heeft het gros van de particuliere beleggers, die via huisbanken beleggen, straks minder te kiezen. Dat verwacht Evert Oosterhuis, directeur van fondsenhuis Fundix. “Van de grote handelsbanken verwacht ik dat zij veel meer eigen producten aanbieden.”

Hoeveel fondsen verdwijnen straks door het naderende provisieverbod en wat betekent dat voor het vermogen dat vermogensbeheerders in beheer hebben?

“Allereerst is het provisieverbod voorlopig nog niet van kracht. De AFM roept voorlopig 1 januari 2014 als streefdatum, maar in Nederland is nog een generieke discussie gaande over vermogensbeheer en btw. Ik vermoed daarom dat 2014 een overgangsjaar zal zijn en dat het provisieverbod pas op 1 januari 2015 geïmplementeerd wordt. Bovendien is het provisieverbod niet Europees doorgevoerd, maar is het een wens waarmee Nederlandse toezichthouders voor de muziek uitlopen. Maar goed, ik denk dat door dit verbod zo’n 30 tot 40 procent van de aan de Nederlandse beurs aangeboden fondsen verdwijnt of verhuist naar Luxemburg, waar men nog wel fondsen mag distribueren met een rebate. De fondsen die wel blijven, gaan voor een groot deel hun distributievergoeding uit de tariefstelling halen en op deze manier de concurrentie aangaan met trackers. Fondsen die geen toegevoegde waarde geven in termen van rendement, risico en spreidingsmogelijkheid worden uiteindelijk vervangen door trackers of indexfondsen.”

Hoeveel fondsen moeten overblijven om een goede portefeuille te kunnen samenstellen? Is tien per valuta niet genoeg?

“Fondsen voor eindconsumenten bieden op dit moment ten opzichte van trackers betere spreidingsmogelijkheden door te beleggen in assetclass, sector en regio of valuta. Ik verwacht dan ook een tendens onder tracker-aanbieders om varianten van trackers aan te bieden die deze spreidingsmogelijkheden ook hebben. Behalve dat er met deze trackers doelbewust wordt afgeweken van de indexen, komen er ook veel trackers bij waaruit het moeilijk kiezen is. Belangrijk is voor de consument dat deze door het bos de verschillende bomen nog blijft zien. Een groep van 1.000 à 1.500 fondsen of trackers zal ook in de toekomst wel voldoende kunnen zijn om een portefeuille uit samen te stellen. De fonds- en trackerindustrie is echter ook een marketingindustrie, die met regelmaat nieuwe producten creëert die in een – al dan niet tijdelijke – behoefte voorzien. Behalve dat de keuze voor de eindconsument hierdoor steeds groter wordt, koopt men vaak ook wat de marketing voorschrijft. En dat hoeft niet per definitie een goede portefeuilleopbouw te betekenen.”

Zijn alle beleggingsfondsen straks uiteindelijk ETF’s? Ook gezien de opkomst van smart beta…

“Ik denk dat het verschil tussen ETF en het traditionele beleggingsfonds kleiner wordt. Fondsen die zich onderscheiden door hun actieve benadering een duidelijke focus, visie en boodschap over risico en rendement blijven wel bestaan. Ondertussen bewegen trackers die een niet-marktgewogen benadering toepassen zich richting actief management. Wat betreft smart beta: professionals zien dat gewoon als middel om op een slimme manier te kijken naar extra rendement ten opzichte van het risico. Ik denk dat zowel beleggingsfondsen als trackers gebruikmaken van methodes om extra rendement te maken; iedereen wil zijn benchmarks immers zo dicht mogelijk benaderen of overtreffen. Door een goede vergelijking op basis van rendement versus risico komen uiteindelijk de beste producten bovendrijven. Belangrijk is wel dat zowel consumenten als toezichthouders zich niet alleen blijven focussen op kosten, maar dat met name de risicomaatstaf meer dan nu in de boordeling van het behaalde rendement wordt verwerkt.”

Wat betekent de komst van het provisieverbod?

“Grote groepen beleggers, die gewend zijn geraakt aan ‘gratis’ dienstverlening, ervaren straks de verandering als zeer ingrijpend. Zij zullen er niet voor willen betalen, of in ieder geval op zoek gaan naar de goedkoopste aanbieders in de markt om maar zo dicht mogelijk tegen ‘gratis’ aan te zitten. Het risico ontstaat dat de echte ‘hardcore’-shoppers bij buitenlandse aanbieders terechtkomen, die niet onder toezicht staan in Nederland en niet gehouden worden aan het provisieverbod en de in Nederland gangbare consumentenbescherming. Dat werkt Icesave-achtige scenario’s in de hand. Ik denk wel dat dit een kleine groep beleggers betreft, hooguit een paar procent. Verreweg de grootste groep blijft wel gewoon in Nederland beleggen, uit gewenning en gemak, en zal voor de diensten moeten betalen. Het leveren van toegevoegde waarde, bijvoorbeeld informatie en transacties die tot nu toe werden gefinancierd uit de retour ontvangen provisies, wordt uiteindelijk bij de gebruiker in rekening gebracht. Ik denk ook dat het provisieverbod, net als in de intermediaire wereld, zal leiden tot andere bedieningsconcepten richting execution only. Men zal meer zelf doen, want het feit dat dienstverlening niet meer gratis is, is voor Nederlanders een cultuurschok.”

Wat gaat de belegger merken van het provisieverbod? Er wordt nu geroepen dat men duurder uit zou zijn, maar is dat ook echt zo?

“Ik verwacht dat aanbieders 90 procent van de rebate in mindering gaan brengen op de kosten van het fonds. De rest wordt gebruikt voor marketingdoeleinden, waardoor beleggingsfondsen uiteindelijk iets duurder worden voor consumenten. En daarnaast zal de klant ook nog eens verschillende fees en andere kosten moeten betalen, waardoor verschillende tariefstructuren ontstaan en het er allemaal niet transparanter op wordt. In de Engelse markt, waar het provisieverbod al van kracht is, zie je dat nu gebeuren. Het is ook jammer, want sinds een paar jaar was er nu juist een transparant systeem in werking. Fondsen moesten immers al hun provisies publiekelijk kenbaar maken. Dat was een transparant systeem, terwijl het nu juist lastiger wordt om al die verschillende kosten met elkaar te vergelijken.”

De consument is dus duurder uit, zegt u. Welke gevolgen zal de vermindering van het aantal fondsen hebben voor risico en rendement?

“Per saldo zal het allemaal weinig uitmaken. Door de veelheid aan aanbod van zowel fondsen, standaard-ETF’s en ‘smart beta’-ETF’s kan de belegger nog steeds optimale portefeuilles samenstellen, mits deze daarvoor relevante informatie beschikbaar heeft zoals risico, volatiliteit en correlatie. Met de snelle ontwikkeling van de trackerwereld voor consumenten ontstaan er twee grote groepen om uit te kiezen, wat het niet eenvoudiger maakt voor de klant. Zeker de particuliere belegger krijgt het moeilijk, want deze heeft niet alle informatie en wordt bovendien gedreven door emoties.”

Hoe denkt u dat de grote banken, waar een groot deel van de Nederlandse particulieren via belegt, zullen reageren?

“Van de grote handelsbanken, verwacht ik dat zij veel meer eigen producten aanbieden. Zij ontwikkelen weer ‘huisfondsen’ of ‘special branded for the bank’ – eventueel ge-whitelabeled –, kopen daarvoor kennis in bij een fondshuis en dicteren hun klanten een prijs. Hierdoor kunnen zij een hogere marge in rekening brengen. Ik hoop dat de toezichthouders deze ontwikkelingen niet accepteren, zodat een level playing field blijft bestaan. Deze ontwikkeling doet het effect van het rebate-verbod teniet en aangezien we het over grote groepen klanten hebben, lijkt me dat niet gewenst. Want de klant die bij een huisbank zit en straks accepteert dat hij simpelweg het huisbankfonds voorgeschoteld krijgt, die betaalt uiteindelijk de rekening voor dit provisieverbod. Dat is ook mijn eindconclusie: de doelstelling van de AFM is om door het provisieverbod een beter product neer te zetten, maar dat zal uiteindelijk niet gebeuren. Want als je als klant alleen kunt kiezen uit het huismerk, is de smaak wel heel beperkt.”

Reacties zijn gesloten.