Commentaar ABN Amro op MEV 2014

ABN Amro: “De begroting voor 2014 is gebaseerd op de macro-economische ramingen van het Planbureau. Die voorzien een terugkeer naar een bescheiden economische groei van een ½% in 2014. Dat lijkt ons een aannemelijk cijfer. Wij gaan uit van eenzelfde BBP-groei. Maar er zijn uiteraard allerlei risico’s. Zo kan het mondiale economisch herstel, dat op gang lijkt te komen, tegenvallen. Ook is denkbaar dat de bodem in de Nederlandse woningmarkt, die volgens het CPB in zicht lijkt, pas later wordt bereikt. En zelf wijst het CPB erop dat de consument de laatste tijd sneller reageert op een daling van het inkomen dan in normale tijden. De consumptie zou dus (opnieuw) wel eens lager kunnen uitvallen dan de raming. Als de groei toch weer zou tegenvallen, komt ook het tekort van de overheid hoger uit. Maar zoals gezegd, lijkt ons een economische groei van ½% haalbaar.Het begrotingstekort gaat langzaam omlaag. En ook in de jaren 2015-2017 lijkt het voorzichtig verder te dalen. Dat is op zich positief – ook omdat de schuld in procenten van het BBP dan uiteindelijk kan gaan dalen. Tegelijk laat het zien dat de financiën van de overheid kwetsbaar blijven voor nieuwe tegenslagen.”

De wereldeconomie groeit dit jaar minder dan in 2012, maar in 2014 trekt de groei aan. Het Centraal Planbureau (CPB) gaat er daarbij van uit dat het ruime monetaire beleid in de eurozone en Japan wordt voortgezet en dat het aankoopprogramma van obligaties in de VS geleidelijk wordt teruggeschroefd. Ook neemt het aan dat de negatieve impuls vanuit de overheidsfinanciën in de eurozone en de VS afneemt, en dat de situatie op de financiële markten geleidelijk herstelt. De verbetering van de mondiale economie is vooral te danken aan het herstel in de VS, dat volgens het CPB zelfversterkend lijkt te zijn geworden. Ook in de eurozone zijn er aanwijzingen dat het wat beter gaat, al blijven de verschillen binnen het gebied groot. Het CPB gaat uit van een lichte groei in het tweede halfjaar, die daarna versnelt.

Al met al zal de groei van de wereldhandel (van goederen) versnellen van 3% in 2013 naar ruim 5% in 2014. Dat is een gemiddelde voor de hele wereld. Nederland handelt echter niet in alle goederen, en doet bovendien vooral slechts zaken met landen in Europa. Gecorrigeerd voor deze twee aspecten neemt de (voor ons land relevante) wereldhandel volgend jaar toe met krap 4% (+1½% in 2013).

Binnenland

De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 1¼%. Dit is het gevolg van de stevige daling van het BBP in de tweede helft van 2012 en de verdere (maar geringere) afname in de eerste twee kwartalen van dit jaar. De krimp wordt veroorzaakt door de binnenlandse bestedingen: de consumptie, de investeringen én de overheidsbestedingen dalen. Alleen de uitvoer levert een positieve bijdrage aan de groei.

Diverse indicatoren geven positieve signalen voor de tweede helft van het jaar. Het CPB verwacht voor het derde en vierde kwartaal een lichte groei. De kwartaalgroei blijft in 2014 nog bescheiden. Gemiddeld kan de groei uitkomen op ½%.

De consumptie van gezinnen lijdt onder de aanhoudende daling van het beschikbaar inkomen. Die is onder meer het gevolg van de daling in reële termen van lonen en pensioenen. Verder verslechtert de koopkracht door bezuinigingsmaatregelen van de overheid, terwijl bovendien de werkgelegenheid afneemt. En daar komt bij dat huishoudens te maken hebben met vermogensverliezen doordat de huizenprijzen zijn gedaald. Voor 2014 ziet het beeld er iets minder ongunstig uit. Het reële inkomen uit arbeid daalt wat minder, terwijl het inkomen uit onder meer rente en dividenden zou kunnen toenemen. Toch daalt de consumptie opnieuw – met 1%. Dat heeft te maken met de daling van het beschikbaar inkomen in de jaren vóór 2014. Wel is de afname van de consumptie minder dan in de twee voorgaande jaren.

De bedrijfsinvesteringen dalen dit jaar sterk (-11%), vooral door de forse terugval bij de investeringen in vervoermiddelen. Ook de lage bezettingsgraad van het machinepark is geen stimulans om te investeren. Voor 2014 wordt bij een licht verbeterende productie enig herstel van de investeringen verwacht (+1½%). De investeringen in woningen kunnen een vergelijkbare omslag laten zien. Het CPB meent dat er aanwijzingen zijn dat de neerwaartse trend niet verder doorzet.

En mede door de verbeterende conjunctuur kunnen de investeringen in woningen volgend jaar weer wat toenemen.

Dankzij de aantrekkende wereldhandel kan de groei van de goederenuitvoer in 2014 versnellen naar ruim 4%. Na een magere 1%-stijging dit jaar kan ook de uitvoer van binnenlands geproduceerde goederen in 2014 weer wat harder groeien.

Het BBP kan in 2014 met ½% toenemen. Alleen de consumptie draagt nog negatief bij aan de groei, maar minder dan in 2013. Hier ligt een risico, want het CPB heeft de krimp van de consumptie de laatste jaren steeds onderschat. Het negatieve effect van het bezuinigingspakket van EUR 6 mld blijft in 2014 beperkt tot ‘slechts’ ¼%-punt. Maar óók in de jaren erna wordt de groei afgeremd (met gemiddeld ¼%-punt per jaar). Verder wijzen we er erop dat het CPB (maar niet alleen zij) de groei de laatste jaren steeds te hoog heeft ingeschat.

De ramingen van het CPB wijken weinig af van die van ABN AMRO. Wel zijn wij iets positiever over de mondiale economie.

Bijdrage uitvoer aan groei blijft belangrijk

Bijdrage van diverse componenten aan BBP-groei in %-punten

De werkloosheid liep in de eerste helft van 2013 sterk verder op. Dat heeft te maken met baanverlies én met de stevige stijging van het aantal mensen dat toetreedt tot de arbeids-arkt maar niet meteen een baan vindt. De werkgelegenheid krimpt dit en volgend jaar verder, in reactie op de productie-krimp in de afgelopen jaren. Daardoor loopt de werkloosheid verder op – naar gemiddeld 7½% volgens de internationale definitie of 9¼% volgens de CBS-definitie.

Miljoenennota 2014

Het kabinet stelt in de Miljoenennota dat het de problemen die als gevolg van de bankencrisis en de eurocrisis zijn ontstaan, niet wil doorschuiven. Als de overheid niet ingrijpt, dreigt het begrotingstekort hoog te blijven. Dit omdat het de vraag is of de verloren gegane groei de komende jaren wordt ingehaald. Het kabinet houdt er rekening mee dat het structureel groeipeil in de toekomst lager ligt. Verder meent het dat stimuleringsmaatregelen om de economische groei aan te zwengelen weinig effect sorteren in de huidige situatie waarin gezinnen financiële meevallers vooral aanwenden om te sparen.

Drie pijlers

Het beleid van de regering rust op drie pijlers: de schatkist op orde brengen, een evenwichtige inkomensverdeling en duurzame groei bevorderen door structurele hervormingen. De tweede pijler krijgt in de Miljoenennota vergeleken met de andere pijlers weinig handen en voeten. Afgezien van een eenmalige uitkering voor sociale minima van EUR 250 mln in 2014 en 300 mln in 2015 en de bevordering van de arbeidsparticipatie van gehandicapten en werklozen via een loonkostensubsidie, is het speuren naar maatregelen. Zo is de verhoging van de maximale arbeidskorting gunstig voor werkenden met lage en middeninkomens. Anderzijds is de vermindering van de algemene heffingskorting in de tweede en derde belastingschijf vooral ongunstig voor de midden- en hogere inkomens. Inderdaad gaan de koopkrachtplaatjes van de hoogstverdienenden er het meest op achteruit. Het doorsnee huishouden verliest in 2014 aan koopkracht een half procent. Het is het vijfde jaar op rij dat de koopkracht daalt. De koopkracht van werkenden zou in doorsnee gelijk blijven.

Overheidsfinanciën op orde brengen

De regering vindt het belangrijk dat de financiën weer op orde komen. De motivatie hiervoor is dat de collectieve uitgaven ondanks alle ombuigingen hoog zijn gebleven. De overheidsuitgaven zijn sinds 2007 met 5%-punt gestegen naar 50,4% van het BBP. Omdat de inkomsten hierbij zijn achtergebleven, resulteert een groeiende schuldquote. Die stijgende schuld legt een hogere rekening neer bij de komende generaties. Daarnaast rept de regering van ‘zondegeld’: de stijging van de schuld leidt tot hogere rentelasten. Die rentelasten zijn bovendien onderhevig aan de grillen van de markt. Nu staat de Nederlandse kapitaalmarktrente laag, maar wie garandeert dat dat over een jaar ook zo is? Een hoge schuld schept bovendien onduidelijkheid over het toekomstig beleid, wat tot onzekerheid en een verminderde economische dynamiek leidt.

Ondanks dat de regering de begroting hoog in het vaandel heeft staan, lukt het niet om de begroting binnen de Europese begrotingsnormen te krijgen. Daarnaast zijn de risico’s voor de begroting sterk toegenomen door de oplopende garanties. De garanties zijn in de periode 2008 – 2012 met EUR 200 mld toegenomen tot EUR 258 mld (40% BBP).

Ombuigingen …

De belangrijkste maatregelen om de financiën op orde te krijgen, liggen in de zorg, waar de stijgende trend van de zorguitgaven dient te worden omgebogen. De regering legt meer risico’s bij de zorgverzekeraars. Bij de curatieve zorg nemen huisartsen taken over van specialisten. En de huisarts moet ontlast worden door zelfzorg. Bij de langdurige zorg moet extramuralisering de uitgaven in toom houden. Daarnaast wil de regering de eigen uitgaven in toom houden door het overheidsapparaat te versoberen en de salarissen in de collectieve sector te beperken. Verder dienen aanpassingen in de sociale zekerheid op termijn tot besparingen te leiden. Zo wil de regering op termijn een huishoudenstoeslag invoeren waarbij de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag worden geïntegreerd. De regering wil de begroting verder op orde brengen door de inkomsten te verhogen. Zo worden de belastingschijven niet geïndexeerd en wordt de crisisheffing voor bedrijven verlengd.

… maar ook nieuw beleid

Tegenover deze besparingen en extra inkomsten staan wel extra uitgaven. Bedrijven krijgen dit jaar onder meer ruimere mogelijkheden om investeringen af te schrijven. Ook wil het extra geld uittrekken om de bedrijfsfinanciering te ondersteunen – met name in het mkb. Verder is de overheid bezig samen met institutionele beleggers als pensioenfondsen een Nationale Investeringsinstelling op te richten met een brede focus op investeringen in de zorg, energie, infrastructuur, schoolgebouwen, woningen, duurzaamheid en regionale initiatieven. De Nationale Hypotheekinstelling zou op termijn in dit vehikel kunnen worden ingepast. Verder komen er fondsen om energiebesparing aan te moedigen. Zo is er voor de eigenwoningbezitters een revolverend fonds in de maak waarin de overheid participeert voor EUR 185 mln en een fonds voor de sociale huur waar de regering EUR 400 mln voor uittrekt. Ook voor de arbeidsmarkt trekt de regering geld uit. Er komt een programma dat mensen van werk naar werk moet begeleiden. Verder wordt verhoging van de arbeidskorting vervroegd (in 2014 in plaats van 2015).

Verder beleid

De regering acht structurele hervormingen noodzakelijk uit oogpunt van duurzame groei. Op de arbeidsmarkt zijn aanpassingen geboden. De positie van flexwerkers dient te worden versterkt door schijnconstructies tegen te gaan. De maximale duur van de WW dient te worden aangepast. Het ontslagrecht vereist modernisering en het programma Werk naar Werk moet de mobiliteit op de arbeidsmarkt vergroten. De ontslagroute wordt minder gecompliceerd. Verder gaat de ontslagvergoeding omlaag.

Voor de woningmarkt heeft de regering geen aanpassingen in petto ten opzichte van het Woonakkoord. Wel is de verhuurdersheffing in 2014 voor corporaties verlaagd met EUR 120 mln. Verder wil het huishoudens aanmoedigen hun hypotheekschuld af te lossen. Woningeigenaren worden daar mogelijk bij geholpen doordat de mogelijkheden om te schenken voor een woning worden verruimd (tot EUR 100.000). Ook de vrijval van stamrechten van ontslagvergoedingen per 1 januari 2014 kan behulpzaam zijn. Ten aanzien van de financiële sector volgt de regering de lijn van Brussel. Uiteindelijk moet er een Europese bankenunie komen.

De regering zegt de ondernemers zo veel mogelijk te willen ontzien. Het wil ondernemers ondersteunen in hun poging om voet aan de grond te krijgen in het buitenland. Dit gebeurt onder andere via een intensievere economische diplomatieke inspanning, met name in de snelgroeiende economieën. Verder zijn er stimuleringspakketten om de internationale oriëntatie en de ketensamenwerking te bevorderen.

Traditiegetrouw belooft de regering de bureaucratische rompslomp terug te dringen, de dienstverlening van de overheid te verbeteren, en de fiscale regelingen voor Research & Development te blijven ondersteunen. Kennisontwikkeling blijft van belang. Het onderwijs wordt daarom ontzien. De begrotingsmeevallers op OCW (0,2 mld) worden ingezet voor kwaliteitsverbetering.

Het budgettaire beeld voor 2014

Het kabinet wil de overheidsfinanciën op orde brengen. Onderstaand volgt een opsomming van de verschillende maatregelen die betrekking hebben op 2014.

In het Regeerakkoord (oktober 2012) waren al maatregelen opgenomen om het begrotingstekort in deze kabinetsperiode flink terug te dringen. Mede door de tegenzittende conjunctuur dreigde het tekort in 2014 echter met een geraamde 3,9% van het BBP ruim boven de 3%-norm uit te komen. Daarom is besloten tot een aanvullend pakket van maatregelen – ter grootte van EUR 6 mld. Nederland is hieraan gehouden vanwege de zogeheten buitensporigtekortprocedure. Hoewel ook met dit extra pakket het tekort volgend jaar boven de 3%-norm blijft, gaat het kabinet ervan uit dat voldaan is aan de aanbevelingen van de Europese Commissie.

Eerder genomen maatregelen

Los van het 6-miljardpakket worden in 2014 ook enkele maatregelen van kracht waartoe al eerder was besloten; of lopen eerdere maatregelen verder op wat betreft hun budgettaire effect. De omvangrijkste vermelden we hieronder. (Tussen haakjes het bedrag waarmee het tekort van de overheid wordt gedrukt.)

– vermindering EU-afdrachten (EUR 1 mld);

– besparingen door kleinere overheid (0,4½ mld)

– beperking zorgtoeslag (0,4 mld)

– korting op ontwikkelingshulp (0,75 mld);

– invoering verhuurdersheffing op de woningmarkt (1,1 mld);

– hervorming in de zorg (0,3 mld);

– verhoging WW-premie (1,3 mld);

– hervorming subsidies voor bedrijven (0,2 mld);

– verhoging accijnzen (krap 0,4 mld);

– anderzijds wordt de arbeidskorting verhoogd (kost 2,3 mld)

– en o.a. wordt een deel van de btw-verhoging teruggesluisd.

Het aanvullende 6-miljardpakket

Daar komt nu het 6-miljardpakket bij. Ruim de helft wordt gepresenteerd als een ombuiging op de uitgaven (er wordt ‘minder meer’ uitgegeven), bijna een kwart bestaat uit lastenverhogingen en een kwart uit hogere inkomsten die niet als lasten worden aangemerkt .

De ombuigingen in de zorg, die een kwart uitmaken van het totaal, vloeien voort uit het eerder dit jaar gesloten Zorgakkoord. In 2014 wordt de helft daarvan gerealiseerd via besparingen op de uitgaven aan geneesmiddelen. Structureel wordt dat zelfs ruim 70%.

Bij de sociale zekerheid zijn de bezuinigingen in 2014 nog beperkt, maar daarna lopen ze duidelijk op. Dat heeft te maken met de geleidelijke invoering van de huishouden-toeslag. Daarin worden diverse huidige toeslagen opgenomen. De stroomlijning en vereenvoudiging zouden een flinke besparing moeten opleveren. Een groot deel van de bezuinigingen op de Rijksbegroting betreft de beperking van de loonruimte voor ambtenaren. Ook de beperking van de tegemoetkoming aan ministeries voor extra uitgaven die het gevolg zijn van prijsstijgingen, tikt stevig aan.

Fors is in 2014 het bedrag van de netto-lastenverzwaring. Het bestaat uit flink hogere lasten enerzijds (EUR 4,2 mld) en een verlichting anderzijds (1,5 mld). Een groot deel van de extra belastinginkomsten in 2014 moet komen van de maatregelen rond de stamrechten. Voor bestaande stamrechten wordt het volgend jaar mogelijk het volledige bedrag in één keer op te nemen. Dit bedrag wordt dan niet geheel belast (korting 20%), wat gunstig is voor de houder van het stamrecht. Aangenomen wordt dat ongeveer een kwart van de betrokkenen van deze regeling gebruik gemaakt gaat worden, waardoor de belastingontvangsten van de overheid flink toenemen (1,2 mld). Uiteraard gaat dit ten koste van toekomstige belastingontvangsten. Het lijkt dus typisch een maatregel om het tekort in 2014 te drukken. Verder wordt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe ontslagvergoedingen afgeschaft (0,8 mld). Mensen die een ontslagvergoeding krijgen, moeten er voortaan meteen belasting over betalen.

De belastingschijven en heffingskortingen worden niet aangepast aan de inflatie (1 mld). Verder is besloten beschikbare middelen voor lastenverlichting en voor compensatiemaatregelen niet te gebruiken maar in de zak te houden (0,6 mld). Een laatste forse post is de verlenging van de werkgeversheffing op hoge inkomens (> EUR 150.000), de zogeheten crisisheffing (0,5 mld). Daar staat tegenover dat de arbeidskorting eerder wordt verhoogd dan gepland. Dat is de voornaamste lastenverlichting (0,8 mld) voor 2014.

Druk op inkomsten overheid

Door de zwakke conjunctuur vallen de belasting- en premieontvangsten tegen. In 2103 vallen deze EUR 4,4 mld lager uit. Vooral de btw-ontvangsten doen het slecht. Om deze tegenvallers te compenseren heeft de overheid maatregelen genomen om de belastingen te verhogen (denk bijvoorbeeld aan de btw-verhoging van oktober 2012). Dat levert dit jaar EUR 9,6 mld op. Dus per saldo krijgt de overheid toch 5,2 mld méér binnen.

In 2014 leveren de beleidsmaatregelen EUR 9,3 mld op. Zo’n 4 mld daarvan vloeit voort uit het aanvullende 6-miljardpakket. Verder doet het lichte economisch herstel de inkomsten voor de overheid stijgen met 2,2 mld. In totaal stijgen de belasting- en premieontvangsten dus met een geraamde EUR 11,5 mld. Opmerkelijk is overigens dat in de analyse van het CPB de (matige) conjuncturele ontwikkeling de ontvangsten nog doet dálen.

De lasten gaan in 2014 dus opnieuw flink omhoog. Dat komt vooral terecht bij gezinnen. Zij nemen EUR 5¾ mld voor hun rekening tegen bedrijven 2¼ mld. Dit jaar zijn het juist bedrijven die het leeuwendeel op hun bordje hebben gekregen.

Al met al komt het EMU-tekort volgend jaar naar verwachting uit op 3,3% van het BBP. Dit dankzij het extra pakket maatregelen van EUR 6 mld. In 2012 was het EMU-tekort nog 3,8% van het BBP. Dit jaar komt het tekort waarschijnlijk iets lager uit dan in 2014 dankzij de forse eenmalige opbrengst van de telecomveiling van EUR 3,8 mld (0,6% BBP).

De aanhoudende (hoewel dalende) tekorten van de overheid zorgen ervoor dat de schuld van de overheid nog steeds verder toeneemt. De overheidsschuld steeg van 71,3% van het BBP in 2012 naar 75,0% in 2013 en loopt vervolgens op naar 76,1% in 2014. De geringere stijging in 2014 is mede te danken aan de nominale stijging van het BBP, die naar schatting volgend jaar 2% bedraagt tegen slechts ¼% in 2013.

Lees meer van het Economisch Bureau op: https://insights.abnamro.nl/category/economie/